Heb je een tweede woning — een vakantiehuis, een beleggingspand of een woning die je aanhoudt na een verhuizing — dan valt die in box 3 en betaal je daar in 2026 belasting over. Het heffingsvrij vermogen stijgt naar €59.357 per persoon (€118.714 voor fiscale partners) en het tarief blijft 36%, maar de rekensom voor vastgoed verandert wel: gebruik je de tweede woning ook zelf, dan komt er dit jaar voor het eerst een aparte bijtelling bovenop. En verkoop je de woning in de loop van dit jaar, dan is vooral de peildatum van 1 januari bepalend voor wat je nog moet afdragen. Hieronder lees je wat er concreet verandert en waar je op moet letten als verkoop in beeld is.
Overweeg je je tweede woning te verkopen?
Vergelijk vrijblijvend verkoopmakelaars in jouw regio. Je ontvangt voorstellen op maat, inclusief een reƫle inschatting van de verkoopprijs, zodat je precies weet waar je aan toe bent.
→ Vergelijk gratis verkoopmakelaars
Waarom je tweede woning in box 3 valt
Je hoofdverblijf valt in box 1, met het eigenwoningforfait en (aflopende) hypotheekrenteaftrek. Elke andere woning die je bezit — een tweede huis, vakantiewoning of woning die je aanhoudt als belegging — telt mee in box 3, samen met je spaargeld, beleggingen en eventuele overwaarde die je hebt opgenomen. De fiscus rekent niet met de werkelijke huurinkomsten of waardestijging die jij hebt gehad, maar met een forfaitair (verondersteld) rendement over de waarde van de woning.
De cijfers voor 2026 op een rij
Het heffingsvrij vermogen is dit jaar €59.357 per persoon, oftewel €118.714 als je fiscale partners bent — een stijging ten opzichte van €57.684 in 2025 door de jaarlijkse indexatie. Alleen het vermogen boven die grens wordt belast, tegen een tarief van 36%. Voor de hoogte van het forfaitaire rendement wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën: banktegoeden (1,28%), schulden (2,70%, aftrekbaar) en overige bezittingen (6,00%) — en in die laatste categorie vallen je tweede woning, beleggingen en ander vastgoed. Over het forfaitaire rendement boven de vrijstelling betaal je dus 36% belasting, tenzij je werkelijke rendement aantoonbaar lager ligt.
Nieuw vanaf 2026: een aparte bijtelling bij eigen gebruik
Gebruik je de tweede woning — een vakantiehuis of recreatiewoning — ook zelf, dan komt er dit jaar voor het eerst een aparte bijtelling bovenop het forfaitaire rendement: 5,06% van de WOZ-waarde per 1 januari, naar rato van het aantal dagen dat de woning voor eigen gebruik beschikbaar was. Verhuur je de woning het hele jaar en gebruik je 'm zelf niet, dan is deze bijtelling niet aan de orde. Gebruik je een tegenbewijsregeling om een lager werkelijk rendement aan te tonen, dan moet je dit voordeel van eigen gebruik daar wel apart bij vermelden — de bijtelling verdwijnt niet automatisch mee.
Werkelijk rendement lager dan het forfait? De tegenbewijsregeling
Denk je dat je werkelijke rendement lager ligt dan het forfaitaire percentage — bijvoorbeeld omdat de huurinkomsten laag zijn of de waarde nauwelijks is gestegen — dan kun je een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Die geldt voor de belastingjaren 2025 en 2026, en je geeft je werkelijke rendement tegenwoordig gewoon op in de reguliere aangifte inkomstenbelasting; een los formulier is niet meer nodig. De Belastingdienst rekent dan een controleberekening: blijkt je werkelijke rendement lager, dan betaal je over dat lagere bedrag belasting. Een vergelijkbare correctie gold eerder al voor verhuurde woningen via de leegwaarderatio, die overigens per 2027 helemaal verdwijnt — met gevolgen voor iedereen die een tweede woning verhuurt.
Verkoop je dit jaar? Let op de peildatum van 1 januari
Voor de box 3-heffing telt de situatie op 1 januari 00:00 uur van het belastingjaar. Bezat je de tweede woning op die datum, dan telt de waarde mee voor de volle box 3-heffing van dat hele jaar — ook als je de woning drie maanden later verkoopt en het geld allang op je rekening staat. Wil je dat de woning volgend jaar niet meer meetelt, dan moet de verkoop (de notariële overdracht, niet alleen de koopovereenkomst) vóór 1 januari rond zijn. Speelt een verkoop dit jaar of begin volgend jaar, dan loont het om samen met je verkoopproces ook naar deze datum te kijken, naast de gebruikelijke afwegingen rond courtage en makelaarskosten.
Wat betekent dit voor jouw verkoopbeslissing
De hogere vrijstelling helpt een beetje, maar wie een tweede woning met overwaarde bezit, zit al snel boven het heffingsvrij vermogen en betaalt dus gewoon 36% over het forfaitaire rendement — en bij eigen gebruik dit jaar voor het eerst over een extra bijtelling. Twijfel je tussen aanhouden en verkopen, dan is het verstandig om de fiscale kant (met een adviseur) en de praktische kant tegelijk in kaart te brengen: wat levert de woning nu op, en wat kost het je jaarlijks aan box 3-belasting om 'm aan te houden? Vergelijk vrijblijvend verkoopmakelaars in jouw regio en ontvang een reële inschatting van de verkoopprijs, zodat je die afweging met concrete cijfers kunt maken — en zo nodig nog vóór de peildatum van 1 januari kunt afronden.